OK
×
Actievoerder
Mieke Kaspers

Hulp aan vluchtelingen op Samos

Mijn naam is Mieke Kaspers, ik ben 82 jaar en afgelopen maart heb ik twee weken gewerkt als vrijwilliger op het vluchtelingenkamp op Samos. Hulp bieden aan mensen die het nodig hebben is voor mij al mijn hele leven super belangrijk. Daarom ga ik in september terug, hopelijk met geld en goederen die hard nodig zijn. Ik ben geïnterviewd  over mijn ervaringen, het verhaal is terug te lezen op de Facebookpagina van Talulabelle en hieronder. Het geld dat we inzamelen is bedoeld om de schrijnende situatie in het kamp te verbeteren met betrekking tot sanitaire voorzieningen, was-gelegelenheid en onderwijs. Elk bedrag is welkom. Ben je benieuwd naar mijn verhaal? Lees dan verder. Veel dank voor je tijd en je eventuele donatie!

“Je zult maar die ene druppel zijn..” en daar had ze ons ineens heel stil mee. We drinken thee met een petit fourtje in de woonkamer . Kaarsen branden en buiten miezert het grijs en grauw. Mieke Kaspers is 82 jaar en afgelopen maart hielp ze 2 weken op een groot vluchtelingenkamp op Samos.

“Ik stond daar op het kamp, met m’n regenjas samen met andere vrijwilligers om me heen. Ik was de oudste van de groep. Eén van de jongens die de hulpverlening coordineert  keek me lachend aan en vroeg me ‘Hoe kan dat? wat komt U doen?’ ‘Helpen..’ zei ik, en toen omhelsde hij mij”.

Als iets een rode draad is in het leven van Mieke dan is het oog hebben voor een ander. Mensen zien, en hulp bieden daar waar nodig is. “Van kleins af aan heb ik geleerd en gevoeld dat het belangrijk is om er te zijn voor anderen. Het is me geleerd om iets te betekenen voor hen die het nodig hebben. Dat heb ik van mijn ouders mee gekregen, dat is het voorbeeld wat zij mij gegeven hebben. Toen ik hoorde binnen mijn kerk dat er een groep naar Samos zou gaan om te helpen dacht ik heel even ‘ach wat jammer dat ik daar te oud voor ben..” dan zegt ze schaterlachend “Drie weken later zat ik in het vliegtuig naar Griekenland”.

Het vluchtelingkamp waar Mieke hulp geboden heeft biedt plaats aan 650 mensen, inmiddels wonen er 4300 vluchtelingen binnen de hekken en zo’n 1600 daar vlak buiten. Dat de kampen op de Griekse eilanden uit hun voegen barsten, komt doordat er nog steeds meer mensen aankomen dan er door mogen reizen. Asielzoekers moeten sinds de EU-Turkije-deal van maart 2016 de uitkomst van hun lange procedures afwachten op de eilanden. Die restrictie is ingesteld om te voorkomen dat ze op eigen houtje en illegaal verder Europa in reizen. Alleen ouderen, ernstig zieken, hevig getraumatiseerden en andere als kwetsbaar aangemerkte mensen mogen op de boot naar het vasteland. 

“Ik had drie weken om me voor te bereiden en eigenlijk heb ik me in die hele voorbereidingstijd geen zorgen gemaakt. Ik voelde alleen maar heel veel energie. Natuurlijk vraag je je af wat je te wachten staat maar het ging als vanzelf. Samen met alle andere vrijwilligers vond Mieke onderdak in een zogenaamd volunteer-house. “We lagen met een aantal mensen op een kamer. Het leek wel een legpuzzel. Ik kan je zeggen dat het me niks kon schelen, ik was niet moe, niet bang. De sfeer onderling was fijn en ik heb echt lieve mensen ontmoet. Jonge mensen die hun baan in hun thuisland hadden opgegeven om een tijd te kunnen helpen. Een ouder echtpaar dat samen kwam helpen. Mensen uit alle hoeken van de wereld”.

“De eerste week hebben we in een grote loods kleding gesorteerd. De hele dag. Je voegt je in de noodzaak van dat moment. We maakten pakketten van maat S tot en met maat XL. Ik merk  nu terug in ben Nederland , en ik een persoon ontmoet, ik onmiddellijk scan, oh die draagt een maat M, of een maat L”

Zo’n 3000 pakketten gingen er door hun handen. Basale survival pakketten met een onderbroek, sokken, een trui en een broek. Deze werden uitgedeeld met een hygiene pakket: Tandenborstel, stukje zeep.

“Pas na een week kwam ik voor het eerst op het kamp. Ik zie mezelf nog zo staan met m’n lange gele regenjas en een pet op. Gedurende de dag voelde alles koud en nat worden van de regen. We hebben daar een hele dag pakketten uitgedeeld en ik kon alleen maar kijken naar alle mensen die in de rij stonden. Zonder jas, op slippers, wachtend op hun beurt. Met eindeloos veel geduld. Wat kun je doen? Ik maakte een praatje voor zover dat ging. Meer dan ‘we hope you have a good day’ was het vaak niet. Elke avond als wij terug gingen naar ons droge huis, gingen zij terug naar hun natte tent. Je kunt je er geen voorstelling van maken hoe onmenselijk de situatie daar is..”

Als Mieke na een dag uitdelen met de groep terugloopt naar haar busje wordt ze aangeklampt door een vrouw. “Zij was net aangekomen op Samos. Zo uit een boot gestapt na een barre tocht en ze had niets bij zich. We keken elkaar aan en ze vroeg me of ik iets voor haar had. En ik, ik had helemaal niks om haar te geven, dat staat zo op mijn netvlies gebrand. Deze vrouw dwaalde door m’n hoofd. Samen met m’n collega’s ben ik toen terug gereden naar ons volunteer huis. Toen ik ’s avonds in m’n bed lag begon het verschrikkelijk te donderen en te bliksemen. Ik kon alleen maar aan haar en aan alle kinderen denken. Zouden ze goed liggen, zouden ze bang zijn, zijn ze veilig?”

Waar veel mensen met elkaar leven stapelt het afval zich op. “Je ziet gezinnen die hun plek schoonhouden, de boel mooi verzorgen. Kleden neerleggen, ze proberen het huiselijk te maken. Maar veel van deze mensen zijn gelaten, bijna apatisch. Het vuil ligt letterlijk rondom hun tent. We hebben geprobeerd met een grote groep om vuil te verzamelen. Etensresten, afval, menselijke uitwerpselen. Flessen vol urine. Als wij dat verzamelen en aan het einde van de dag langs de kant van de weg zetten, pas dan wordt het opgehaald door de gemeente” Op onze vraag of men het niet ongemakkelijk vind om een dame van 82 hun afval te zien opruimen is het antwoord heel duidelijk nee. “Dat zien ze niet, ze kijken toe, hebben een doffe uitstraling. Je moet je voorstellen dat je leeft in zo’n inhumane situatie, dan heb je wel wat anders aan je hoofd..”

Mieke verteld haar verhaal vanaf het puntje van haar stoel, terwijl haar thee koud wordt stromen de verhalen over tafel. “Ik heb zoveel te vertellen en tegelijkertijd als iemand me vraagt ‘hoe was ‘t?’ dan weet ik niet waar te beginnen. Het is zo groot..”

Al in de jaren 80 bood ze hulp bij de opvang van Vietnamese bootvluchtelingen.  De hulpverlening bracht haar in Israel, Ruanda en Vietnam. “Ik heb zoveel avonturen beleefd, mensen zijn zonder uitzondering dankbaar voor wat je voor ze doet. Als je in hart voelt dat je moet gaan dan moet je gaan. Ik wordt gedreven door mijn geloof maar ik ga niet om te bekeren. Ik hoop mensen te helpen, en bij te dragen aan een mensenwaardig bestaan voor anderen”.

Wat ons treft is haar vastberadenheid en haar kracht en als we vragen “Hoe gaat het nu verder?” is er maar één antwoord: “Ik ga terug, hoe dan ook. Ik weet nu hoe het er daar aan toe gaat. Ik weet de weg en ik denk dat ik nu nog meer kan doen. Mijn wens is om nog meer contact te maken met de mensen daar, ik wl graag meer naar de mensen zelf toe. Gezien worden is voor iedereen belangrijk, dat maakt het leven mooi. Als je huis en haard hebt moeten verlaten, onvrijwillig, vaak gepaard met geweld, en je komt aan na een barre tocht in een situatie die uitzichtloos lijkt, dan is het belangrijk dat je gezien wordt. Als mens, en daarom ga ik terug. Als het allemaal meezit dan ga ik in september of oktober. Tot die tijd probeer ik zoveel mogelijk spullen en geld op te halen om mee te nemen naar Samos”. We praten nog wat na en drinken meer thee. Dan vragen we haar onze laatste vraag. “Denk je nooit ‘dit is maar een druppel op een gloeiende plaat?..” Krachtig schudt ze nee. “Je zult maar die ene druppel zijn…”

Anoniem
1
dakje met Geef-logo
opgehaald van
78%
164

donaties

76

dagen te gaan

hart Doneer nu
De opbrengst van deze geefactie gaat naar:

Delen

Deelnemen
×
Deelnemen aan deze geefactie